ProtocolleringImplementatieScholingAuditeringSurveillanceUitbraakmanagementAntibioticabeleid en AntiBiotic StewardshipEvaluatie
De organisatie vertaalt de landelijke standaarden en richtlijnen naar de eigen organisatie binnen het eigen kwaliteitssysteem. Er is daartoe een handboek met actuele en goed uitvoerbare protocollen.
Een goede implementatie van protocollen en beleid neigt nogal eens onderbelicht te worden en is juist wezenlijk. De IPC bewaakt de continue aandacht en uitvoering voor infectiepreventie in de organisatie. Het is daartoe belangrijk dat er een structuur bestaat waarin informatie vanuit de werkvloer continu goed doorkomt en wordt getoetst om zo nodig aanpassingen ten aanzien van implementatie (maar ook aan protocollen en beleid etc.) te kunnen doen. Deze continue informatielijn is naast de informatie die uit gerichte audits komt (die een meer moment-karakter hebben en niet hoogfrequent herhaald worden).
De IPC adviseert over passende (basis-)scholing voor de diverse taken van de uitvoerenden (denk ook aan vrijwilligers) van zorg/behandeling (zie landelijk scholingsplan) die periodiek herhaald dient te worden.
Voor aandachtsfunctionarissen infectiepreventie dient aanvullende scholing te worden aangeboden. Zij zijn belangrijk voor de signalering, implementatie, (aanspreek-)cultuur en uitvoering op de werkvloer.
De organisatie toetst periodiek hoe protocollen en afspraken in de praktijk worden nageleefd en of de randvoorwaarden op de werkvloer op orde zijn incl. of tijdig de juiste middelen voor handen zijn (zie landelijk auditplan).
De IPC evalueert dit auditbeleid, de frequentie, de thema’s en de auditsystematiek en de uitkomsten. Op basis van die evaluatie adviseert de IPC beleidsaanpassingen.
Onder surveillance verstaan we het bijhouden/bundelen/monitoren van informatie over zorginfecties, risicofactoren, resistente micro-organismen en Antibioticagebruik etc. Dit is ter lering en spiegeling en om beleid op te bepalen (managementinformatie). Zoals het Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV)). De leden van de IPC maken afspraken over welke surveillance data worden bijgehouden en wie waarvoor verantwoordelijk is.
De organisatie is verantwoordelijk voor algeheel uitbraakbeleid en daartoe dienen draaiboeken/protocollen voor handen te zijn over uitbraken van veel voorkomende infecties. De IPC toetst de actualiteit van dit beleid, de draaiboeken/protocollen en de uitvoering. Na elke uitbraak wordt een evaluatie opgesteld voor het bestuur en deze dient altijd gedeeld te worden met de IPC en bevat de tops en tips. Hierop volgen adviezen voor aanpassing van het beleid of de draaiboeken/protocollen etc.
Onder ABS wordt verstaan: passend antibioticagebruik. Vanwege de toename van antibioticaresistentie dient bij het voorschrijven van antibiotica de noodzaak zorgvuldig overwogen te worden rekening houdend met de geldende richtlijnen/ protocollen en de situatie van de cliënt.
Er dient jaarlijks een Farmaco Therapeutisch Overleg (FTO) Infectieziekten plaats te vinden met inachtneming van de (lokale) resistentiegegevens (via de arts microbioloog). De informatie uit dit FTO wordt gedeeld in de IPC.
T.a.v. antibioticabeleid bewaakt de IPC de implementatie van richtlijnen voor de behandeling van infecties (zoals opgesteld door Verenso).
Om een goede PDCA-cyclus (Plan Do Check Act) vorm te geven is het belangrijk dat de IPC alle bovengenoemde onderwerpen en de samenhang ervan periodiek evalueert. Dan is zichtbaar waar de aandacht op welk moment naartoe moet gaan op welk moment en of opschaling nodig is (bijv. frequentere IPC-bijeenkomsten of projecten uitzetten bij gerichte werkgroepen).